Chronisch ZorgNet

13 januari 2026

Wat vertelt behandelinformatie ons over COPD-beweegzorg?

Een blik achter de schermen met onze expertwerkgroep 

 Op 13 november kwam een groep COPD-experts samen om dieper in de verzamelde behandelinformatie te duiken. Data die hiervoor gebruikt worden zijn de behandeldata en meetgegevens die alle therapeuten die deelnemen in het netwerk verzamelen. Samen met data-analist Loes bespraken we wat deze data ons precies laat zien én welke kansen er zijn om de zorg voor mensen met COPD verder te verbeteren. Tijdens de bijeenkomst zoomden we in op de profielindelingen en legden we de inzichten uit de data naast de aanbevelingen in de KNGF-richtlijn COPD. Zo ontstond een helder beeld van waar we staan en waar we kunnen groeien. 

Wat viel op? 
Een belangrijke bevinding was dat er nog veel kansen liggen rond de profielbepaling, een belangrijk onderdeel om de behandeling goed te kunnen starten. Dit hangt samen met de tweede belangrijke bevinding: de meetinstrumenten die nodig zijn om een profiel te kunnen bepalen, worden nog niet altijd volledig afgenomen. Oftewel, gestandaardiseerd en periodiek meten en evalueren lijken nog geen vast onderdeel van de behandeling te zijn. Goed nieuws is dat dit bij de start van de behandeling al een positieve ontwikkeling laat zien over de afgelopen jaren. Voornamelijk bij evaluaties is nog ruimte voor verbetering. 

De experts gaven aan dat het volgen van het volledige meetprotocol (wat Chronisch ZorgNet op de KNGF-richtlijn COPD heeft gebaseerd) in de praktijk niet altijd haalbaar, betekenisvol en/of passend is. Bijvoorbeeld door ziekte of uitval van patiënten, de uitdaging om patiënten te motiveren voor periodiek meten en evalueren, en doordat de gevraagde meetfrequentie niet altijd aansluit bij de dagelijkse praktijk. Daarnaast beschreven de experts situaties waarin metingen wel worden uitgevoerd, maar niet in de database terechtkomen. Dit kan komen door technische problemen, maar ook door het bestaan van verschillende zorgplannen binnen het EPD. Hierdoor is niet altijd duidelijk welk meetinstrument op welk moment moet worden afgenomen, wat leidt tot onvolledige registratie van meetgegevens. 

Wat kan Chronisch ZorgNet met deze inzichten? 
De inzichten uit de expertwerkgroep geven ons richting voor verbeteringen die zowel haalbaar als zinvol zijn voor de dagelijkse praktijk. Daarom gaan we aan de slag met de volgende acties: 

  1. Harmoniseren van meetprotocollen 
    We brengen de meetprotocollen van Chronisch ZorgNet en Stichting Keurmerk Fysiotherapie met elkaar in lijn en zorgen dat dit als één zorgplan wordt ingebouwd door EPD-leveranciers. Zo wordt het voor therapeuten eenvoudiger om metingen te integreren in de dagelijkse praktijk.  

  1. Onderzoek naar en handvatten voor betekenisvol gebruik van meetinstrumenten 
    Samen met o.a. Zuyd Hogeschool onderzoeken we binnen het RAAK-project ‘Meten doe je niet zomaar!’ hoe therapeuten meetinstrumenten op een betekenisvolle manier kunnen inzetten bij de zorg voor mensen met COPD. Deze inzichten benutten we vervolgens om te bekijken waar we het meetprotocol beter kunnen laten aansluiten op de praktijk. Het streven is om hierbij handvaten te realiseren die de praktijk kunnen ondersteunen.  

  1. Verbeteren van de terugkoppeling in het dashboard 
    We willen duidelijker laten zien welke data binnenkomen en hoe deze kunnen bijdragen aan het leren en verbeteren. Een transparant dashboard in het persoonlijke portfolio ondersteunt zowel therapeuten als patiënten in het behandelproces. 

 

Een belangrijke kanttekening is dat tijdens de expertwerkgroep niet is gekeken naar de antwoorden op vragenlijsten en metingen, daarin valt geen ‘goed’ of ‘fout’ te onderscheiden. De focus lag op de mate waarin data wordt verzameld: de juiste metingen op het juiste moment. Meten moet geen doel op zich zijn, maar een middel om inzicht te krijgen in de voortgang van het behandeltraject en om op basis daarvan, samen met de patiënt, gerichte keuzes te maken over het vervolg. 

De inzichten uit de expertwerkgroep vragen om een frisse blik op meetprotocollen: ze moeten ondersteunend aanvoelen, niet verplichtend of belastend. Daarnaast willen we therapeuten nog actiever ondersteuner bij zinvol meten. In 2026 gaan we samen met het werkveld aan de slag om deze praktische en toekomstbestendige aanpak vorm te geven.