28 september 2026
Toekomst eerstelijnszorg centraal tijdens jubileumsymposium Chronisch ZorgNet
25 jaar verbinden, leren en verbeteren samen vooruit te kijken Eindhoven
Hoe garanderen we waarde gedreven eerstelijnszorg en hoe houden we deze toegankelijk als de druk op de zorg verder toeneemt? Die vraag staat centraal tijdens het jubileumsymposium van Chronisch ZorgNet op vrijdag 27 november in Eindhoven. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan brengt Chronisch ZorgNet uiteenlopende partijen bij elkaar om niet alleen terug, maar vooral vooruit te kijken.
Wat 25 jaar geleden begon als een regionaal netwerkje, is uitgegroeid tot een landelijk dekkend multidisciplinair kwaliteitsnetwerk voor beweeg- en leefstijlinterventies bij chronische aandoeningen. Inmiddels zijn bijna 4.000 gespecialiseerde zorgverleners aangesloten bij Chronisch ZorgNet, georganiseerd in 55 regionale netwerken.
In die 25 jaar is het zorglandschap veranderd. De uitdaging voor de komende jaren is om passend zorg te blijven bieden: zorg die aantoonbaar van waarde is en waarbij beschikbare middelen en personeel doelmatig worden ingezet. Daarbij beslissen patiënt en zorgverlener samen over de behandeling, wordt zorg waar mogelijk dichtbij huis georganiseerd en ligt de focus niet alleen op ziekte, maar ook op gezondheid en zelfredzaamheid. Chronisch ZorgNet wil, vanuit haar expertise en ervaring als landelijk kwaliteitsnetwerk, graag bijdragen aan deze ontwikkeling.
Samen in gesprek over passende zorg
Tijdens dit jubileumsymposium staat de toekomst van passende eerstelijnszorg centraal. Hoe kan een landelijk kwaliteitsnetwerk regionale samenwerking ondersteunen met kennis, data en digitale toepassingen? Hoe kan Chronisch ZorgNet bijdragen aan passende zorg, die ook in de toekomst beschikbaar blijft voor alle mensen die dit nodig hebben?
Joep Teijink, voorzitter van Chronisch ZorgNet: “De afgelopen 25 jaar hebben we ervaren wat mogelijk is wanneer zorgprofessionals kennis delen en zich organiseren rond kwaliteit en samenwerking. Nederland is het enige land ter wereld waar patiënten met etalagebenen, via bij Chronisch ZorgNet aangesloten therapeuten, looptherapie als eerste behandelmogelijkheid krijgen, voordat een vaatchirurgische ingreep wordt overwogen. Vijf jaar later heeft 83% van deze patiënten nog steeds geen vaatchirurgische ingreep nodig gehad. Daarmee wordt structureel meer dan 30 miljoen euro per jaar bespaard. Ook voor patiënten met COPD en bij hartrevalidatie valt er nog een wereld te winnen.“
Tijdens het symposium ontmoeten bestuurders, zorgprofessionals, beroeps- en patiëntenorganisaties, onderzoekers en onderwijsinstellingen, zorgverzekeraars en andere partners uit het zorglandschap elkaar. Vijf sprekers belichten het vraagstuk vanuit hun eigen expertise en positie: Jan Kremer, em. hoogleraar Zorg & Samenleving en speciaal gezant Passende Zorg bij het ministerie van VWS; Thomas Hoogeboom, hoogleraar Fysiotherapiewetenschap; Joep de Groot, voorzitter Raad van Bestuur van CZ; Carl Verheijen, directeur van de Beweegalliantie; en Joep Teijink, voorzitter van Chronisch ZorgNet.
Onder leiding van dagvoorzitter Tom Jessen gaan zij met elkaar én met de aanwezigen in discussie over hoe passende eerstelijnszorg in de toekomst vorm kan krijgen. Daarmee wil Chronisch ZorgNet het jubileum niet alleen gebruiken om stil te staan bij wat in 25 jaar is opgebouwd, maar vooral om gezamenlijk te verkennen wat nodig is voor de komende jaren.
25 jaar verbinden, leren en verbeteren
De aanzet tot Chronisch ZorgNet werd 25 jaar geleden gegeven vanuit de ambitie om gespecialiseerde beweegtherapie en leefstijlbegeleiding voor mensen met etalagebenen toegankelijk te maken. Wetenschappelijk onderzoek, scholing, monitoring en samenwerking vormen sindsdien belangrijke pijlers van het netwerk.
De komende jaren richt Chronisch ZorgNet zich verder op toegankelijkheid van passende zorg. Landelijke en regionale samenwerking, betrouwbare data over langer tijd preventie en blended care spelen daarbij een belangrijke rol. Dit jubileumsymposium biedt de gelegenheid om deze ontwikkelingen in een breder perspectief te plaatsen en samen met andere partijen te bespreken wat de eerstelijnszorg van de toekomst nodig heeft.